Adembeschermingsprodukten moeten, zoals bij alle andere persoonlijke beschermingsmiddelen, worden gebruikt in het geval technische of procedurele maatregelen niet afdoende bescherming biedt tegen vervuiling in de omgevingslucht of bij gevaar voor zuurstofgebrek.
MAC-waarde:
Om te kunnen bepalen welke soort ademhalingsbescherming nodig is, moet u de schadelijkheid van de stof, het gas of de damp weten en weten hoeveel ervan vrijkomt. Een maat voor schadelijkheid is de MAC-waarde. De MAC-waarde is de Maximale Aanvaarde Concentratie van een stof in de lucht op de werkplek. De MAC-waarden worden gepubliceerd in de Nationale MAC-lijst. Op deze lijst zijn diverse stoffen terug te vinden met een vermelding van de maximaal aanvaarde concentratie van die stof. Bij overschrijding van deze waarde op de werkplek dient men demhalingsbeschermingsmiddelen te gebruiken. Ook bij lagere concentraties is het dragen van ademhalingsbescherming aan te bevelen.
MAC-waarden worden uitgedrukt in:
- ppm : parts per million = aantal deeltjes verontreiniging per miljoen deeltjes lucht.
- mg/m³ : milligrammen per kubieke meter.
- v/m³ : vezels per kubieke meter.
Men onderscheid twee groepen ademhalingsbeschermingsmiddelen:
A. Filtreertoestellen ( afhankelijk van de omgevingslucht )
De lucht wordt gezuiverd door een filter.
Deze vorm van adembescherming is niet geschikt voor direct levensbedreigende omstandigheden inclusief omgevingen met zuurstofgebrek
B. Perslucht ademtoestellen ( onafhankelijk van de omgevingslucht )
De ademlucht wordt geleverd vanaf een externe bron; bijv. een compressor of cilinders
Een ademluchttoestel kan geschikt zijn voor gebruik in situaties die direct levensbedreigend zijn of omstandigheden met zuurstofgebrek.
Klassen en markering van filtertoestellen:
Stoffilters
Filters die stof tegenhouden worden aangeduid met de letter P gevolgd door een cijfer. Hoe hoger het cijfer, hoe beter de stof wordt tegengehouden.
Deeltjesfilters ( stof, rook en nevels ) worden voor beide concepten aangegeven in drie verschillende niveaus:
P1 inzetbaar tegen onschadelijk hinderlijk fijnstof.
P2 inzetbaar tegen schadelijk fijnstof.
P3 inzetbaar tegen giftig fijnstof.
Een wegwerpmasker moet vervangen worden wanneer het masker wordt verwijderd van het gelaat!! Gebeurd dit niet dan zal het filter niet meer een goede bescherming bieden. Ook bij langdurig gebruik is er een grote kans op doorslag. Dit betekent dat het filter vol zit en geen extra meer kan opnemen. De gebruiker ademt dan het stof in dat door het filter dringt.
Gasfilters
Gasfilters die beschermen tegen gassen en dampen worden aangeduid met letters gevolgd door
een cijfer. Hoe hoger het cijfer, hoe beter het gas/damp wordt tegengehouden. Er zijn
verschillende soorten filters voor specifieke gassen/dampen. De doorslagtijd van een filter is per situatie verschillend.
De verschillende actiefkoolfilters hebben een letter- en een cijferaanduiding op het etiket. Bovendien is elk filter ook voorzien van een kleurcodering. We kunnen de verschillende filters rangschikken naar type en kleur:
| A |
organische gassen en dampen kookpunt |
>65°C Bruin |
| AX |
organische gassen en dampen kookpunt |
< 65°C Bruin |
| B |
anorganische gassen en dampen |
Grijs |
| E |
zwaveldioxide overig zure gassen |
Geel |
| K |
ammoniak en organische ammoniakderivaten |
Groen |
Naast deze filters zijn er ook een aantal speciale filters:
| NO |
nitreuze dampen |
Blauw |
| CO |
koolmonoxide |
Zwart |
| Hg |
kwikdamp |
Rood |
| Re |
reactorfilter |
Oranje |
| SX |
overige speciale filters |
Violet |
Normering ademhalingsbeschermingsmiddelen:
EN 136: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Volgelaatsmaskers.
EN 139: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Slangentoestel voorzien van een ademhalingsautomaat.
Deel 1: Toestel met een volgelaatsmasker.
Deel 2: Toestel met een halfmasker, te gebruiken bij overdruk.
EN 140: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Halfgelaatsmaskers en kwartgelaatsmaskers.
EN 141: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Gasfilter(s) en combinatiefilter(s).
EN 143: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Deeltjesfilters.
EN 146: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Aangedreven filters gecombineerd met een helm of kap.
EN 148: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Schroefdraad voor gelaatsstukken. Deze zijn onderverdeeld in 3 klassen.
EN 149: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Filtrerende gelaatsstukken ter bescherming tegen deeltjes.
EN 271: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Via slang gevoede of aangedreven ademhalingstoestellen met
een kap voor gebruik tijdens straalwerkzaamheden.
EN 371: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Gasfilter(s) en combinatiefilter(s).
EN 12419: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Slangentoestellen, geschikt voor ademlucht, voor lichte werkzaamheden met een volgelaatsmasker, een halfgelaatsmasker of een mondstukgarnituur.
EN 12941 ( herziening van EN 146 ): Ademhalingsbeschermingsmiddelen Aangedreven filters gecombineerd met een helm of kap.
EN 12942: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Aangedreven filters gecombineerd met volgelaatsmaskers, halfgelaatsmaskers of kwartgelaatsmaskers.
EN 14387: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Gas- en combinatiefilters.
EN 1835: Ademhalingsbeschermingsmiddelen Slangentoestellen, geschikt voor ademlucht, voor lichte werkzaamheden met een helm of kap.
|